2.1.3 BENAMINGEN VAN ONDERDELEN

Een steiger kan uit vele onderdelen bestaan. Figuur 2.1.3 laat zien welke dat zijn. Het uniform benoemen ervan is noodzakelijk om misverstanden te voorkomen.

Figuur 2.1.3 Overzicht van steigeronderdelen en benamingen
1. Voetplaat
2. Voetspindel
3. Staander
4. Leuningwerk
5. Kantplank
6. Knieleuning
7. Heupleuning
8. 3e leuning / borstleuning
9. Leuningstaander
10. Kopleuning
11. Ligger
12. Langsdiagonaal
13. Dwarsdiagonaal
14. Horizontaaldiagonaal
15. Steigerdeel
16. Vloerelement
17. Werkvloer
18. Uitbouwconsole
19. Tralieligger
20. Hulpkorteling
21. Verankering
22. Korteling
23. Grondslag
24. Stelraam
25. Onderstopping
hs = steigerhoogte
bs = steigerbreedte (hart staander/hart staander)
s = staanderafstand (hart staander/hart staander)
hi = slaghoogte
u = uitbouw

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsbnetwerk.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 2. ONTWERP (ALGEMEEN) 2.1 Steigertypes, -toepassingen en onderdelen 2.1.3 BENAMINGEN VAN ONDERDELEN