FAQ Hoofdstuk 3

Tegenwoordig zijn er ook onderstoppingen (sloffen) gemaakt uit composiet, die gebruikt worden bij sommige steigerbouwbedrijven. Kent u dit product? En wat zijn uw bedenkingen hieromtrent?
Composiet uitvoering van onderstoppingen is toegestaan. Composiet uitvoering heeft zelfs een aantal voordelen. Splijt niet, neemt geen vocht op en kan een hogere belasting aan. Wij zouden wel pleiten voor uitvoering in steigerplank maten 200x32 lengte 500 mm. Zie hoofdstuk 3.2.5 van de Richtlijn Steigers. Dit om verwarring te voorkomen.

Op de website wordt een voorbeeld berekening gegeven van de belasting van een klasse 4 steiger. Zo mag er een belasting plaatsvinden van 648 kilo per vloerdeel (1.8 x 1.2). Mag er op de aansluitende vloerdelen (links en rechts) dan ook per vloerdeel op dezelfde vloer een belasting plaatsvinden van 648 kilo?
De vloerbelasting van 3 kN/m2 geldt voor de hele steigervloer, dus ook voor de links en rechts aansluitende vloerdelen. Bij metselsteigers geldt dit overigens alleen voor één vloerniveau. Zie verder hoofdstuk 3.1.  

In de beleidsregels staat iets dergelijks als: "een steiger dient in zijn geheel in één klasse uitgevoerd te worden". Is dat nog van toepassing, en zo ja waar kan ik dat in de richtlijn vinden?
Nee. Tussen de staanders en vóór de staanders is een verschil toegestaan: 300 respectievelijk 150 kg/m2. Dit staat ook in paragraaf 3.1.1 : bij het ontwerpen van de steiger moet dus één van deze klassen worden gekozen. Zie ook paragraaf 6.1: steigervoorbereidingsformulier.


In paragraaf 3.1.5 (Vloerbelasting op uitbouwconsolesteiger) kan men lezen: "Materiaalopslag is hierbij niet toegestaan." Houdt dat in, dat er ook niet (tijdelijk) een kozijn mag staan, dat tegen het binnenspouwblad gesteld moet gaan worden? Zo nee, dan graag even uitleg over een nieuwe werkmethode hoe de kozijnen tegen het binnenspouwblad te bevestigen.
Dat is geen mits de belasting niet wordt overschreden. Wordt de uitbouw hoger belast dan 1,5 kN/m2, dan zou in principe een tekening/berekening moeten worden uitgevoerd.


Ik kan nergens vinden, dat voetplaten een oppervlak van 225 cm2 moeten hebben. Heeft men deze regel losgelaten?
De NEN-EN 12811-1 hfdst 5.7.1 geeft aan dat het minimum oppervlakte 150 cm2 dient te zijn met een minimumbreedte van 120 mm.
 

Moeten de houten planken die onder de steigervoetspindels of voetplaten staan, gekramd of geband zijn?
Steigerdelen dienen geband te zijn als deze als steigerdeel worden toegepast. Onderslagen hoeven niet geband te zijn. Let altijd wel op het risico van splijten onder grote staanderdruk.
 

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsbnetwerk.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 3. Werkvoorbereiding van project FAQ Hoofdstuk 3