4.1 Steigervloeren en steigerdelen

Een steigervloer, veelal werkvloer genoemd, bestaat uit één of meer vloerdelen die zelf een last kunnen dragen. Dit kunnen geprefabriceerde vloerdelen zijn zoals platforms en stalen systeemvlonders, die constructief in de gehele steiger kunnen worden meegenomen. De fabrikant geeft aan voor welke belastingklasse de prefab vloerelementen geschikt zijn. Dit kan ook zijn aangegeven op het platform zelf.

4.1.1 Houten steigerdelen

Steigerdelen zijn gezaagde, ongeschaafde, vurenhouten delen van Europees dennen en/of Europees Douglas. Geschaafde delen zijn te glad, vooral bij regen en in de winter. De belastingklasse van steigerdelen hangt af van hun dikte en van de kortelingafstand (zie par. 3.1 Belasten van steigervloeren). Over het algemeen worden steigerdelen ingezaagd op de volgende minimale afmetingen:

  • 32 mm x 200 mm
  • 38 mm x 200 mm
  • 50 mm x 200 mm.

In Nederland worden in de industrie steigerdelen de 50 x 200 gebruikt. De staanderafstanden en het aantal kortelingen zijn dan dienovereenkomstig aangepast, waarbij de maximale afstand tussen de staanders 1,80 m bedraagt.

De afkeurmaatstaven van houten steigerdelen zijn beschreven in par. 5.5 Afkeurmaatstaven steigermateriaal. Voorts worden aan houten steigerdelen de onderstaande eisen gesteld.

  • Voldoen aan sterkteklasse C 18 conform NEN-EN 338.
  • Zijn gesorteerd op basis van NEN-EN 14081-1.
  • De uiteinden van een steigerdeel zijn aan zowel de boven- als onderkant voorzien van kramplaten. Dit om de planken te beschermen tegen kopscheuren en vervormingen.

De aan de kramplaat te stellen eisen zijn:

  • gefabriceerd volgens DX51D+Z275-N-A-C, volgens NEN-EN 10346 of gelijkwaardig
  • de afmeting van de kramplaat is minimaal: 35 x175 x 0,9 mm
  • de kramplaat zit op minimaal 50 mm en maximaal 150 mm van de uiteinden
  • de randen van de kramplaten liggen gelijk met of onder het oppervlak van het steigerdeel.

Andere systemen om scheuren en vervorming te voorkomen mogen slechts worden toegepast nadat ze zich in de praktijk hebben bewezen. Maar er moet wel worden voldaan aan de beschreven materiaaleisen.

4.1.2 Stalen vloerelementen

Aan stalen elementen worden de volgende eisen gesteld:

  • Ze voldoen aan NEN-EN 12810-1.
  • De verbindingen tussen steigerelementen zijn deugdelijk uitgevoerd. Ongewild losraken van de verbindingen mag niet mogelijk zijn.
  • Systeemsteigerelementen passen goed.
  • Beschadigde elementen worden niet gebruikt (zie ook par. 5.5 Afkeurmaatstaven steigermateriaal).

Algemeen
Het spreekt voor zich dat steigerdelen en vloerelementen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn gemaakt: toepassing in een steiger. En ook dat vloeren per definitie dicht liggen en de opening tussen gevel/object zo klein mogelijk is. Relevante paragrafen over deze en andere zaken materie zijn:

  • paragraaf 3.1 Belasten van steigervloeren
  • paragraaf 4.7 Afstand steigervloer tot gevel/object
  • paragraaf 5.5 Afkeurmaatstaven steigermateriaal
  • paragraaf 6.1 Afspraken met gebruikers.
     

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsbnetwerk.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 4. Uitvoering van de steiger 4.1 Steigervloeren en steigerdelen