4.8 Bouwliften

Een personen- en/of goederenlift dient voor het verticaal verplaatsen van goederen, personen of de combinatie daarvan. We onderscheiden de volgende soorten tijdelijke liften:

  • Goederenliften EN 12158-1
  • Personen- /goederenliften [gesloten kooi] EN 12159
  • Personen- /goederenliften [open kooi] EN 12159

Zoals de naam al aangeeft is hij uitsluitend bestemd voor goederen, dus het vervoer van personen is nadrukkelijk verboden.
 

4.8.1 VERANTWOORDELIJKHEDEN

Positiebepaling van de lift
De juiste positie van de lift moet tijdig worden bepaald. Dit onderwerp moet aan de orde komen in de startbespreking met relevante partijen. Het gaat hier niet alleen om de logistiek gezien meest gunstige plaats, maar ook om onveilige situaties te voorkomen, vooral beneden. Denk hierbij aan gevaren voor andere gebruiksgroepen, passanten en bouwverkeer.
Ook de uitvoeringen/of soort van de lift moet in de startbespreking worden bepaald, zodat het liftmontagebedrijf de bijbehorende accessoires / voorzieningen kan aanvoeren.

Verankering van de lift
Een lift moet onafhankelijk staan en mag dus niet aan de steiger worden verankerd. Verankeren moet aan de achterliggende constructie. Een steiger is namelijk in de regel niet berekend op de belasting van de bewegende lift. Een tweede reden is, dat als er steigerverankeringen worden verwijderd een lift ongemerkt en onbedoeld onverankerd kan komen te staan.
Indien verankering aan de steiger de enige reële optie is, mag dit alleen met toestemming van degene die verantwoordelijk is voor de steiger. De constructeur moet dit in zijn berekening meenemen.

Aandachtspunten bij montage en demontage van steiger en lift
Bij montage van liften onderscheiden we vijf werkgebieden. Figuur 1.2.3.1 geeft aan welke partijverantwoordelijk is voor welk werkgebied.

Werkgebied Montageverantwoordelijk
Opbouw steiger Steigermontage bedrijf
Opbouw lift Liftenmontage bedrijf
Beveiligen ruimte tussen steiger en lift Steigermontage bedrijf / Liftenmontage bedrijf
Verankering lift Liftenmontage bedrijf
Aanbrengen stopplaats / sluithek / afslag Liftenmontage bedrijf
Figuur 4.8.1.1  Verantwoordelijkheden en werkgebied 

Onderlinge afstemming
Meestal is er onderlinge afstemming nodig tussen lift- en het steigermontagebedrijf, want een lift wordt in de regel pas geplaatst als de steiger er al staat. Dit betekent dat daarna het steigermontagebedrijf  weer in actie moet komen, bijvoorbeeld om voorzieningen bij de stopplaatsen aan te brengen. Om dit in goede banen te leiden moet de positie van de lift bij het steigermontagebedrijf  bekend zijn. Ook na het demonteren van de lift is er weer afstemming nodig, onder andere om de leuningonderbrekingen ter plaatse van de stopplaatsen onmiddellijk te herstellen.

4.8.2 ONTWERP

Afstand tussen platform en steigervloer
Om knelgevaar bij een passerend platform te voorkomen moet de horizontale afstand tussen stopplaatshek en platform aan een minimale maatvoering voldoen, deze maatvoering is afhankelijk van de hoogte van de gebruikte afscherming. Zie figuur 4.8.2.1 en figuur 4.8.2.2 voor toepassing van een goederenlift.

De aansluiting van het platform met het steiger kan op twee manieren plaatsvinden:

  • Lift met een neerklapbaar platformgedeelte dat de opening tussen platform en steigervloer overbrugt. Het neerklapbare deel van het platform is dan niet voorzien van leuningwerk aan beide zijde [fig 4.8.2.1]
  • Lift die een uitbouw van de steigervloer nodig heeft om de opening tussen platform en steigervloer te overbruggen [fig. 4.8.2.2]
Figuur 4.8.2.1 Een voorbeeld van een stopplaatshek met volledige hoogte
Figuur 4.8.2.2 Een voorbeeld van een stopplaatshek met gereduceerde hoogte

Bij gebruik van een gereduceerde hoogte van een stopplaatshek wordt de afstand tussen goederenlift en steiger groter.

4.8.3 WERKVOORBEREIDING VAN PROJECT

Verankering
De verankering moet de horizontale krachten loodrecht op en parallel aan de gevel opnemen. Bepalend voor de grootte van de optredende krachten in de verankering zijn o.a. type / aard van de verankering, ankerafstand, lift specificaties en afstand van de lift tot de constructie. In overleg met relevante partijen moet dit dus worden vastgelegd.

Indien de lift wordt verankerd aan de steiger zal dit door de constructeur van de steiger in zijn berekeningen meegenomen dienen te worden.

Stopplaatshekken
De hoogte, positie van de stopplaatshekken is afhankelijk van het soort lift[en] die bij het project gebruikt zal worden. Afstemming met de relevante partijen is dus noodzakelijk.

4.8.4 OPBOUW en OPLEVERING

De opbouw van de lift moet worden uitgevoerd door een liftmonteur. Verankering van de lift moet worden uitgevoerd door een liftmonteur. Overleg met de constructeur van de steiger is nodig indien de verankering van de lift aan de steiger noodzakelijk is. Dan is een berekening van deze uitvoering van de verankering vereist. Het aanbrengen van stopplaats en stopplaatshekken, inclusief de basisafscherming moeten door de liftmonteur en de steigermonteur worden aangebracht. Ophoging van de lift moet door een liftmonteur geschieden.

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsbnetwerk.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 4. Uitvoering van de steiger 4.8 Bouwliften